Cacao
Cacao is ontstaan in het Amazonegebied, wat zich later richting
Mexico en het noorden van Zuid-Amerika heeft verspreid.

Cacao over de wereld
Begin 16e eeuw
doordrongen Spanjaarden het cacaogebied. Zij ontdekten dat
de bevolking daar de cacaogrondstof als genotmiddel gebruikten. De
Spanjaarden hebben ervoor gezorgd dat de cacao ook in andere
gebieden werd geïntroduceerd, hierdoor wisten ook andere landen van
het bestaan van cacao af. De cacao bereikte begin
19e eeuw ook West-Afrika.
De cacaoplant
Een cacaoplant is gemiddeld 1 meter hoog en kan
uitgroeien tot ruim 10 meter lengte. Omdat de planten moeten worden
geoogst en onderhouden, laat men meestal de plant niet hoger
groeien dan 4 meter. Na ongeveer 2 tot 4 jaar begint de cacaoplant
te bloeien. Er ontstaan dan kolven die ongeveer 6 maanden nodig
hebben om te groeien. Zodra de kolf is volgroeid wordt deze
geopend. Eén kolf bevat gemiddeld 30 tot 45
cacaobonen, ook wel zaden genoemd. De zaden moeten eerst
worden gedroogd, pas dan zijn ze klaar voor verdere verwerking.
Cacaoplanten geven per jaar gemiddeld 1000 tot 1500 kilo
cacaobonen per hectare. Helaas worden deze grote aantallen
niet altijd gehaald omdat de cacaoplant gemakkelijk te maken krijgt
met schimmel- en virusziekten of plagen van motten, mieren, luizen
of kevers.
Wassen en drogen
Geoogste cacaobonen worden in grote
bakken gedaan en met jute zakken of bananenbladeren afgedekt. De
bonen worden vervolgens iedere dag naar een volgende bak geschept.
Drie dagen later zijn de bonen dood en is de
temperatuur ervan gestegen van 35 °C naar 50 °C. In zes
dagen veranderen de bonen van een paarse kleur in een bruine
kleur. De bonen worden daarna 12 uur onder water gezet en
worden ze gewassen. Daarna worden de bonen
gedroogd. Dit kan op twee manieren: buiten (als daar de
juiste temperatuur is) of kunstmatig (met hete lucht). Het drogen
van de bonen duurt maximaal 24 uur. Tot slot worden na het
drogingproces de cacaobonen geselecteerd zodat ze
kunnen worden geëxporteerd. Belangrijke exportlanden van cacao zijn
de Ivoorkust, Brazilië, Ghana, Nigeria en Kameroen. De
belangrijkste importlanden zijn West-Europa, Amerika, Rusland en
Afrika.
Aanvoer in Amsterdam
Vanaf oktober tot en met april komen er bijna
dagelijks grote containerschepen aan in de haven van Amsterdam, de
belangrijkste Europese haven op het gebied van cacao. De jaarlijkse
aanvoer van cacaobonen bedraagt hier tussen de 500.000 en 600.000
ton. Vanuit de landen Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen komen
de schepen aan. Grote kranen zijn soms meer dan een dag bezig om
deze schepen te legen, maar ook weer te vullen met nieuwe
containers.
Opslag
Traditioneel zit de cacao in de containers verpakt in jute zakken,
maar tegenwoordig ook steeds vaker in bulk. Cacao is een
seizoensproduct, maar wordt het hele jaar door verwerkt tot
cacaopoeder en cacaoboter. Dit komt doordat de cacaobonen
worden opgeslagen. De opslag is zowel voor de termijnmarkt
als voor de industrie. De opslag voor de industrie blijft
meestal maximaal een jaar liggen, maar voor de termijnmarkt kan
deze periode oplopen tot 10-15 jaar.

Verwerking
De volgende stap is de verwerking van de cacaobonen. De
bonen worden geroosterd in draaiende
trommels in een temperatuur tot 140°C. De temperatuur en duur
bepalen voor een groot deel de uiteindelijke smaak van de cacao. De
geroosterde bonen gaan vervolgens door een breker. De dop
breekt open en wordt weggeblazen zodat alleen de kern
overblijft. De kernen worden in de cacaomolens
fijngemalen tot een dikke vaste pasta, de cacaomassa. Uit
dit product kan het vet onttrokken worden, de cacaoboter. De dikke,
harde klomp die overblijft wordt vermalen tot magere cacao,
of cacaopoeder. Vervolgens wordt er een juiste melange van
de cacaopoeder gemaakt en kunt u genieten van heerlijk dampende
chocolade.